Verpakkingen vind je in alle soorten, maten en kleuren. Kan tof zijn, maar qua milieuvriendelijkheid is het vaak niet alles. Nochtans zijn esthetiek en duurzaamheid combineerbaar. Maar hoe groot precies is de rol van die laatste in de verpakkingsindustrie?

De drijvende vuilnisbelt middenin de Grote Oceaan, ook wel plastic soep genoemd, is een mooi maar schrijnend voorbeeld van de gevolgen die overtollige verpakkingen met zich meebrengen. Heel wat verpakkingen vallen echter niet zomaar weg te toveren. Er mag dus gerust meer gepleit worden voor een groter gebruik van biologisch afbreekbare grondstoffen, die zo duurzamere verpakkingen kunnen vormen. Het milieu zal daar alvast niet rouwig om zijn.

 

Het is een misverstand om enkel te fixeren op materiaal, dat is veel te eng denken. Het streefdoel is levenscyclusdenken – Karine Van Doorsselaer

 

Doel = levenscyclusdenken
Maar wat is een duurzame verpakking precies? Karine Van Doorsselaer, UA-professor en auteur van het boek Ecodesign: ecologisch verantwoord industrieel ontwerpen, legt uit. “De meesten denken: we nemen eender welk natuurlijk, composteerbaar materiaal en we zijn goed bezig. Maar het is een misverstand om enkel te fixeren op materiaal. Het streefdoel is levenscyclusdenken.” Bij levenscyclusdenken neem je de milieu-impact van iedere stap die de verpakking doorloopt – van de keuze van het materiaal tot het afdanken –, onder de loep.

Verpakkingen goed voor milieu?
Met de nadruk op levenscyclusdenken vormt Van Doorsselaer een duidelijke kernboodschap: duurzaam verpakkingsmateriaal bestaat simpelweg niet. “De milieu-impact is van veel factoren afhankelijk en is meer dan enkel ecologisch materiaal kiezen.” Bij het ontwerp van een duurzame verpakking kijk je naar het verpakkingssysteem, namelijk de verpakking plus het verpakte product. Een verpakking hoort zijn inhoud optimaal te beschermen, met zo weinig mogelijk verpakkingslagen en milieu-impact.

Product bepaalt milieu-impact
Is het verpakkingssysteem gekozen, dan worden de vuistregels van levenscyclusdenken geïntegreerd in het verdere ontwerpproces van de verpakking. Maar het is het verpakte product dat uiteindelijk 90 tot 95 procent van de milieu-impact bepaalt. “Denk aan voedsel. Op wereldvlak wordt een derde van het voedsel verspild en een van de redenen is een slechte verpakking.”

 

Drop-ins zullen op korte termijn een grotere kans maken om als volwaardige kunststoffen gebruikt te worden dan de nieuwe bioplastics – Karine Van Doorsselaer

 

Eerste stap naar biogebaseerde maatschappij
Verpakkingssystemen steunen nu nog grotendeels op fossielgebaseerde kunststoffen. Een eerste stap in de transitite naar een meer biogebaseerde maatschappij is de inzet van meer bioplastics. Maar ook daar vormt zich een belangrijk onderscheid voor de verpakkingsindustrie. Van Doorsselaer: “Eerst en vooral heb je de drop-ins, die zijn biogebaseerd en niet-afbreekbaar, zoals bio-polyethyleen en bio-polypropyleen. Ze hebben dezelfde eigenschappen als de bestaande fossielgebaseerde kunststoffen, maar hebben als grondstof biomassa in plaats van aardolie.” Voor de verpakkingsindustrie is het gemakkelijk over te schakelen naar biogebaseerde kunststoffen, want het verwerkingsproces is helemaal hetzelfde.

VEPR0916-003

Op basis van melkzuur
Anderzijds bestaan er gloednieuwe, composteerbare biomaterialen zoals onder andere polylactaat (PLA), op basis van melkzuur. Ze hebben andere eigenschappen dan de bestaande kunststoffen en hebben nog kinderziektes. Van Doorsselaer legt uit: “PLA is bijvoorbeeld vochtgevoelig. Als je voor een bepaalde verpakking polyethyleen vervangt door PLA, kun je je inbeelden dat dat problemen kan geven. De procesparameters van deze bioplastics moeten nog geoptimaliseerd worden.” Daarbij betekent de iets hogere kostprijs van deze kunststoffen nog een obstakel voor bedrijven om om te schakelen.

Verschil tussen PLA en polyethyleen
Ook het recycleren van deze nieuwe biomaterialen gaat niet zonder slag of stoot, omdat er niet voldoende aanvoer is van bio-kunststoffen om te herverwerken. “Composteren gaat niet zomaar,” aldus Van Doorsselaer. “Biobased kunststoffen worden nog geweigerd in de composteerinstallaties omdat de consument simpelweg het verschil niet weet tussen PLA en polyethyleen.” Er zou met andere woorden een enorme campagne nodig zijn om de consument bewust te maken wat wel of niet gecomposteerd kan worden als biogebaseerd materiaal. “De kans is klein dat zoiets ooit zou lukken. Kijk naar de problemen bij het inzamelen van PMD, een systeem dat al tientallen jaren bestaat. De drop-ins zullen daarom op korte termijn een grotere kans maken om als volwaardige kunststoffen gebruikt te worden dan de nieuwe bioplastics.”

Is je verpakking overbodig?
Wat het gebruik van de PLA en aanverwanten op langere termijn brengt, zal de toekomst uitwijzen. Ondertussen kun je als consument zelf eens stilstaan bij de overbodigheid van sommige verpakkingen en het belang van biologisch afbreekbare grondstoffen.