‘Retro’ verpakkingen, allerlei grote installaties en mensen in volle concentratie met witte labojassen aan… In de wandelgangen van het BVI is het duidelijk dat de zoektocht naar de perfecte verpakking heel serieus wordt genomen. Al wil algemeen directeur Maxence Wittebolle dat graag nuanceren: “De ‘perfecte’ verpakking bestaat niet. Je moet er constant aan sleutelen. Nu, dat is goed voor ons (lacht). Voor heel wat mensen is de verpakkingswereld een duistere wereld, maar ze is heel dynamisch. Onder druk van regelgevingen en milieu worden we genoodzaakt onszelf continu in vraag te stellen. Zo wordt innovatie mogelijk, wat de verpakkingswereld net heel boeiend maakt.”

En daar zit zeker nog geen einde aan te komen?
“Nee, er wordt voortdurend gezocht naar nieuwe materialen. We spreken meer en meer over bioplastics, biopolymeren… die gebruikt kunnen worden als alternatieven om de normale grondstoffen te vervangen. Die technieken zijn in volle ontwikkeling. Zeker in het domein van  food-verpakkingen, waar effectief nog veel staat te gebeuren.”

Wanneer is er begonnen met zoeken naar alternatieven?
“Toch zeker een tiental jaar geleden. Vooral door die druk omtrent regelgevingen waar ik het daarnet over had. Zo zijn er bijvoorbeeld Europese richtlijnen rond verpakkingsafval, waarbij bedrijven steeds minder verpakkingsmateriaal gebruiken. Ook het zoeken naar andere bronnen is zoveel jaren geleden van start gegaan. Onderzoekinstellingen – zoals het BVI – en onderzoeksprogramma’s zijn nog altijd actief. Het is een continu proces. Ik ben hier zelf 34 jaar geleden begonnen, maar ik denk dat ik hier zeker nog dertig jaar zal moeten blijven (lacht).”

©Thomas Schurmans
©Thomas Schurmans

Als je aan Jan met de pet die vraag zou stellen, dan is verpakking voor de meeste mensen eigenlijk afval

Welke concrete vernieuwingen staan ons no te wachten?
“Er wordt voortdurend gezocht naar alternatieve materialen en er zijn effectief heel wat nieuwe concepten en ontwikkelingen. Zo kunnen er nu verpakkingen worden gemaakt van de pel van garnalen. Dat geeft blijkbaar goede resultaten voor het bewaren van producten. We hebben dus al een nieuwe richting ingeslagen om van levend afvalmalteriaal nieuwe grondstoffen te zoeken en te vinden.”

Hoe concurrentieel is de Belgische verpakkingsindustrie eigenlijk in het zoeken naar nieuwe alternatieven?
“Ik vind dat de Belgische producerende bedrijven het goed doen. Ze staan open om zichzelf in vraag te stellen. Dat zien we ook in de onderzoekprogramma’s. Daarvoor hebben we uiteraard de steun van de industrie nodig en de laatste jaren zien we toch regelmatig dat heel wat bedrijven daarop ingaan. Zij komen met ideeën en nieuwe materialen, die in dergelijke onderzoekprogramma’s gebruikt kunnen worden. Op dat niveau is er nog wel de wil – zeker bij de Belgische bedrijven – om steeds verder te gaan.”

Welk aspect blijft jou na al die jaren het meest intrigeren aan de verpakkingswereld?
“Wat blijft intrigeren is tot hoe ver materialen het aankunnen om doeltreffend de rol van verpakking uit te voeren. De druk om steeds minder verpakkingsmateriaal te gebruiken, is één zaak. Maar waar ligt de bodemgrens? Als je bijvoorbeeld het gewicht van een fles vermindert, dan riskeer je meer schade of productverlies. De kunst bestaat er dus in te zoeken welke andere materialen we effectief kunnen inzetten om lichtere verpakkingen te produceren, die bovendien wel nog altijd even efficiënt zijn. Natuurlijk ook met de bedoeling om de bewaar- en levensduur van de producten zelf te behouden. Daarin moeten dus compromissen gemaakt worden.

 

Er kunnen nu verpakkingen worden gemaakt van de pel van garnalen

©Thomas Schurmans

Welke rol speelt een verpakking uiteindelijk binnen productbeleving?
“Eerst en vooral moet de verpakking ervoor zorgen dat het product – waar een bedrijf héél wat aandacht en energie aan schenkt om het te optimaliseren – door het verpakkingsmateriaal bewaard wordt. Verpakking neemt met andere woorden de rol op zich van bescherming, van het bewaren, van ervoor zorgen dat het product transporteerbaar is… Op het ogenblik dat producten bij de consument komen, moet je dat allemaal kunnen terugvinden. Mensen denken soms dat een producerend bedrijf, bij wijze van spreken, naast de winkel staat, maar producten worden geïmporteerd en over ettelijke afstanden vervoerd. Maritiem of per lucht. Dat heeft invloed op de producten zelf, die aan al die schokken moeten kunnen weerstaan. Een tweede luik is het uitzicht. Het oog wil ook wat. Consumenten hebben graag een mooie verpakking. Easy-packaging (gemakkelijk te openen verpakking, red.) is maar één van de aspecten waar consumenten belang aan hechten. Informatieoverdracht van wat er in een verpakking zit en welke substanties het bevat, is nog een niet te onderschatten functie. Vooral bij levensmiddelen.”

Is de consument bewust bezig is met het belang van verpakkingen?
“Als je aan Jan met de pet die vraag zou stellen, dan is verpakking voor de meeste mensen eigenlijk afval. Oké, de jeugd gaat misschien iets meer kijken naar het esthetische, of naar de voedingswaarde van voeding. Maar ik denk niet dat veel mensen stilstaan over de verpakking zelf en over hoeveel energie, hoeveel onderzoek er nodig is vooraleer iets op de markt komt.”

Ik ben zelf 34 jaar bij het BVI geleden begonnen, maar ik denk dat ik hier zeker nog dertig jaar zal moeten blijven

©Thomas Schurmans

Wordt er dan onvoldoende gesensibiliseerd?
“Ik vind dat het positieve van verpakkingsmateriaal te weinig in beeld wordt gebracht, ja. Als we over materialen of verpakkingen in het algemeen spreken, gaat het meestal enkel over hoe we de afvalberg verhogen. Er zijn weinig publicaties, zeker voor het grote publiek, die de positieve kanten of het nut van verpakkingen benadrukken. Als je het nut of de relatie tussen de inhoud en het verpakkingsmateriaal meer aan de man zou brengen, dan denk ik wel dat er een wijziging in perceptie komt.”

Is rekening houden met de belangen van de consument dan eigenlijk secundair voor de verpakkingswereld?
“Het is vaak een verplichting om de samenstelling van producten te melden, dus zeker niet secundair. Qua esthetiek hangt het af van product tot product. Als je naar cosmetica kijkt, dan denk ik dat het esthetische zeker niet op de tweede plek komt. Bij online-producten wordt de verpakking al meer secundair. Mensen zien het product, maar kijken niet echt naar de verpakking waarin het wordt geleverd. Ik denk trouwens dat er in de toekomst een grote evolutie in perceptie van verpakkingsmaterialen kan komen. Zo krijgen we misschien twee stromen. Eén waar je producten vindt in winkels en waar je het product kan zien, voelen en evalueren in zijn verpakking. Maar als mensen online kopen en ze krijgen hetzelfde product in een andere verpakking, dan denk ik niet dat er daar een probleem van gemaakt zal worden. Ze hebben namelijk hetzelfde product ontvangen. In de toekomst is het mogelijk dat we twee verschillende verpakkingsconcepten gaan zien voor hetzelfde product.”

Als Maxence Wittebolle niet in de verpakking zat, dan was hij nu…
“Ik heb altijd al bosbouw willen doen. In de jaren ’70 was er een volledig milieurapport over de – toen al – grondstoffenproblematiek. Als fervent lid van een aantal natuurverenigingen had ik me voorgenomen misschien toch verder in de bosbouw te gaan. En God weet, misschien in Afrika de bosbouw gaan helpen bevorderen.”