Imec werd in 1984 gesticht met steun van de Vlaamse regering, om de micro-elektronica-industrie in onze regio te versterken. Bij het grote publiek is het onderzoek naar het verkleinen, versnellen en energiezuiniger maken van computerchips ook de meest gekende activiteit van Imec. De scope gaat ondertussen echter al veel breder: onderzoek naar nieuwe vormen van energievoorziening (smart grids en zonnecellen), medische toepassingen, nanotechnologie en beeldvorming en 3D-visualisatie, internet-of-things,…het staat allemaal op de to do-lijst.

Een van de kerntaken van Imec is het ondersteunen van de Vlaamse industrie. Hoe doen jullie dat?
“Technologie brengt natuurlijk sowieso innovatie in de industriële sector en als technologisch onderzoekscentrum dragen wij daartoe ons steentje bij. In de jaren tachtig en negentig zagen we een heel sterke hardware-golf, waaruit pc’s en smartphones zijn voortgekomen, mee dankzij de miniaturisatie van chips. Vanaf 2000 zie je een softwaregolf, met apps die op bestaande hardwareplatformen draaien. Nu staan we aan de vooravond van de internet of everything-economie. Daarbij zijn twee verschillen met vroeger. Hard- en software worden meer en meer in tandem ontwikkeld. Alles is geconnecteerd, er komen zeer gespecialiseerde sensoren bij en zowel de hard- als software moet daarop ingespeeld zijn. Die worden dus niet meer sequentieel ontwikkeld, maar parallel. En ten tweede: in de vorige golven had je een paar grote spelers die de markt domineerden. Nu gaat dit in ongeveer alle sectoren spelen, niet enkel ICT of telecom. Er is smart living, smart houses, smart driving, smart food, smart manufacturing,…alles wordt smart. Er zullen dus ook heel veel opportuniteiten zijn voor kleinere nichebedrijven. En dat is uiteraard een enorme kans voor Vlaamse KMO’s.”

Dat is goed nieuws.
“Zeker wel, maar dan moet je dat innovatiepotentieel ook wel grijpen natuurlijk en dat moet onze grote rol zijn.”

 

 

We staan aan de vooravond van de internet of everything-economie

 

Hoe denkt u dat Industry 4.0 ons industrieel weefsel gaat veranderen?
“Internet-of-things is een heel breed verhaal dat in alle industriële sectoren zal opduiken, ook in smart manufacturing. Alle machines worden geconnecteerd en zullen data creëren waardoor productieprocessen soepeler verlopen en de supply chain automatisch gemanaged zal worden. Het zal bijvoorbeeld een stuk makkelijker en kostenefficiënter worden om kleine reeksen in te plannen. De uitdaging wordt om nieuwe sensoren te ontwikkelen, maar ook om die datastroom goed te gaan beheren, denk alleen maar aan security. Veel van die technologieën gebruikt de semiconductorindustrie trouwens al, in onze grote productielijnen voor chips zijn ongeveer alle machines met elkaar verbonden. Maar ik zie bijvoorbeeld ook heil in een participatie met Flanders Make (strategisch onderzoekscentrum van de maakindustrie, red.), voor zaken als 3D-printing bijvoorbeeld. Die combinaties maken dat wij gewapend zijn om Industry 4.0 aan te pakken.”

Dat verhaal van hard- en software is dan ook de reden waarom iMinds bij jullie onderdak heeft gekregen?
“Absoluut. Op die manier kunnen we aan de industrie een totaaloplossing bieden. Voor de echte high end-technologie zijn Vlaamse bedrijven vaak te klein, zij kunnen die vertaalslag naar hun eigen producten dikwijls niet genoeg maken. Samen met iMinds kunnen wij heel concrete oplossingen voorstellen die veel gemakkelijker en goedkoper te implementeren zijn.”

Wat is bijvoorbeeld zo’n nicheoplossing die veel potentieel heeft?
“Inzake gezondheidszorg zijn we met een paar dingen bezig. We hebben bijvoorbeeld een platform ontwikkeld met sensoren die je op je lichaam kan aanbrengen waarna die een gezondheidsanalyse kunnen doen. Je zou bijvoorbeeld een patch kunnen maken om ECG-metingen te doen van je hart die dan draadloos naar je smartphone worden gestuurd. Dat platform is voor een deel ontwikkeld met Samsung, die gaan het gebruiken in een volgende generatie van smartwatches. Maar hetzelfde platform kunnen we ook perfect inzetten voor nichetoepassingen, waarvoor we startups hebben gecreëerd binnen Imec. Een zo’n startup is Bloom Technologies die met een slimme pleister baby’s van zwangere vrouwen kunnen monitoren. Nog zo’n voorbeeld is Zemro, die een slimme armband hebben gemaakt om bejaarden te volgen: daar wordt het platform supereenvoudig uitgevoerd zodat ook ouderen er mee overweg kunnen.”

 

 

Voor de echte high end-technologie zijn Vlaamse bedrijven vaak te klein

 

Kijken jullie met veel belangstelling naar health omdat we daar in Vlaanderen al redelijk wat expertise hebben?
“Dat is natuurlijk een sector die maatschappelijk heel relevant is, waaraan ook nood is en waar we met technologie echte grote verschuivingen kunnen realiseren. Maar het is ook heel erg relevant voor deze regio, dat is dus inderdaad een strategische keuze die we maakten. Imec is het grootste onafhankelijk onderzoekscentrum voor nano-elektronica ter wereld. Als je dat combineert met onze sterke farmasector, onze biotech-sector, onze universiteiten, Gasthuisberg, het Vlaams Instituut voor biotechnologie…dan je zie dat je op een zeer kleine oppervlakte heel veel potentieel creëert.”

Kunt u een idee geven hoe ver in de toekomst jullie werken? Wanneer zijn de concrete toepassingen daarvan te zien?
“Dat verschilt erg van project tot project. Bij Bloom en Zembro beginnen stilaan de beta-tests, dus daar ga je al binnen 1 à 2 jaar concrete producten van zien verschijnen. Aan de andere kant werken we ook aan een chip om bepaalde kankers in het bloed op te sporen, ik denk dat dat nog zeker vijf tot zeven jaar van een concreet product verwijderd is.”