De nieuwste industriële revolutie – Industrie 4.0 – is volop aan de gang. Robotica en automatisering zorgen voor een paradigmaverschuiving, niet alleen in de (maak)industrie, maar ook daarbuiten. We vroegen aan 3 Vlaamse experts hoe onze industrie en economie daarmee moet omgaan.

Dirk Torfs, CEO van Flanders Make

Welke uitdagingen zien u en uw sector in Industrie 4.0?
“Er zijn er zoveel. Wellicht is het omgaan met big data en hiervan gebruik maken een van de belangrijkste. Ook de introductie en beschikbaarheid van slimme sensoren is een game changer voor de maakindustrie. Die zullen immers leiden tot slimmere producten en processen. Er komen ook digitale fabrieken die van bestelling tot levering zullen geautomatiseerd worden. Niettegenstaande verwacht ik op menselijk vlak dat de war for talent een uitdaging zal blijven. Ook de veroudering van het personeel dat een fysische ondersteuning vraagt of het zoeken naar aangepast werk, is een uitdaging die sterk met Industrie 4.0 is verbonden. De sterk geconnecteerde wereld op basis van ICT en microsensoren is onvermijdelijk: we moeten big brother daarom niet als een bedreiging zien maar als een noodzakelijk kwaad om te kunnen overleven in de economische wereld van morgen.”

Is de huidige robotica- en automatiseringsrevolutie vergelijkbaar met eerdere ‘revoluties’ in uw sector?
“De digitale transformatie vandaag, met introductie van ICT, is vergelijkbaar met eerdere revoluties, alleen gebeurt alles nu veel sneller en met meer impact. Een verschil met vroegere introducties van automatisering is dat de interactie tussen mens en machine nu veel kleiner wordt. Robots worden niet langer in een afgeschermde kooi geplaatst maar zullen snel menselijke werknemers gaan ondersteunen in hun taken. Processen zullen mensen helpen om nauwkeuriger te werken en minder fouten te maken. De verhoogde rekencapaciteit maakt dat de introductie van sensoren mogelijk is. De verwerking van de grote hoeveelheden data is mogelijk in een tijdsperiode die een fractie is van vroeger. Wat vroeger offline diende te gebeuren kan nu online gebeuren. Dit verhoogt de beschikbare informatie omtrent het product en de kwaliteit ervan, maar ook de informatie omtrent het proces en de evolutie van het proces. Afwijkingen kunnen nu sneller vastgesteld worden zodat er minder afval geproduceerd wordt.”

Wat doet uw sector vandaag al concreet en specifiek om zo goed mogelijk op deze omwenteling voorbereid te zijn – en eventueel een voorsprong te nemen?
“We voeren voor en samen met de industrie innovatieve projecten uit met als doel een onderzoeksnetwerk op topniveau te realiseren in Vlaanderen, waar maakbedrijven volop steun vinden voor hun innovatietrajecten. Zo dragen we bij tot nieuwe producten en processen om de voertuigen, machines en fabrieken van de toekomst te realiseren. Enkele voorbeelden zijn 3D-printen, smart monitoring snelle introductie van sensoren) en human centered production (mens en machine werken nauwer, maar heel flexibel, samen, red.). Voor onze Vlaamse bedrijven is beste manier om te antwoorden op de toekomst in te zetten op product- en procesinnovatie. Dit is een langdurig proces. Het is zoals het lopen van een marathon waarbij men tijdig moet starten, steeds tot het uiterste moet gaan en vooral veel doorzettingsvermogen moet hebben. Enkel bedrijven die blijvend inzetten op innovatie zullen de overwinnaars zijn in de toekomst.”

Marianne Martens, CEO van GreenBridge

Welke uitdagingen zien u en uw sector in Industrie 4.0?
“In de sector van de blauwe energie (offshore wind-, golf- en getijdenenergie, red.) worden verschillende technieken uit de verwerking van big data geïmplementeerd. Daardoor kun je een offshore windpark bijvoorbeeld zien als een slimme digitale fabriek, waarbij efficiënte en kostenbesparende monitoring dé uitdaging is. Ook voor andere toepassingen van blauwe energie is monitoring cruciaal om de nog veelal onbekende kustprocesssen te exploreren.Voor deze sector is Industrie 4.0 nog belangrijker dan voor andere sectoren. Manuele interventies op zee zijn duur en onveilig wegens de moeilijke toegankelijkheid van de installaties – dikwijls ver op zee en diep onder het zeewaterniveau – en de harde klimatologische omstandigheden. Vandaag én in de toekomst zijn dan ook grote inspanningen nodig om zoveel mogelijk interventies van op land aan te sturen en de mate van autonomie van processen te verhogen.”

Is de huidige robotica- en automatiseringsrevolutie vergelijkbaar met eerdere ‘revoluties’ in uw sector?
“Offshore windenergie is een relatief nieuwe technologie binnen de hernieuwbare energie. Hierdoor is de leercurve nog steil en is ondersteuning voor optimalisatie en innovatie broodnodig. De ontwikkeling van de sector van de blauwe energie, na een relatief lange onderzoeks- en ontwikkelingsfase, kende een snelle opmars van geïnstalleerd vermogen in de operationele fase. Voor de ontwikkeling van de andere ‘blauwe’ technologieën wordt een gelijkaardig tijdspad verwacht. Dankzij Industrie 4.0 kan de ontwikkeling hier versneld worden ingevoerd. De komende jaren zullen wereldwijd heel wat offshore windactiviteiten ontplooid worden. Als we gebruik maken van onze leidende rol en ervaring hebben onze Belgische bedrijven een voordeel en een sterke positie.”

Wat doet uw sector vandaag al concreet en specifiek om zo goed mogelijk op deze omwenteling voorbereid te zijn – en eventueel een voorsprong te nemen?
“Zoals ook in andere sectoren wordt door de introductie van het internet of things en big data in een slimme digitale fabriek (hier voorgesteld als een slimme windturbine) veel data gemeten en verzameld en zal een doorgedreven en slimme monitoring zorgen voor een efficiëntere en kostenbesparende manier van onderhoud van de windturbines. In de afgelopen vijf jaar werden in Europa steeds meer hernieuwbare energieparken op zee gebouwd en ingezet voor energiebevoorrading. België is één van de pioniers in deze sector. Terwijl een groeiend aantal offshore windparken in werking komt, is er ook een groeiende en gerelateerde markt voor hun operatie & onderhoud. Tegen 2020 zullen exploitanten naar schatting vijf miljard euro per jaar hieraan uitgeven, alleen al in Europa. Deze markt groeit mee met het aantal windmolenparken en dit biedt uitstekende kansen voor Belgische ondernemingen. Er zijn dan ook reeds diverse jonge KMO’s in deze niche van deoffshore windparken opgericht.”

Wilson De Pril, Directeur-Generaal van Agoria Vlaanderen

Welke uitdagingen zien u en uw sector in Industrie 4.0?
“De toekomst van de fabriek, zeg maar de maakindustrie in ons land, wordt voortdurend op de proef gesteld. Er is de internationale concurrentie, natuurlijk, maar er is ook de vierde industriële revolutie die op ons afkomt. Dit biedt uitdagingen, maar ook kansen. Concepten zoals de slimme fabriek of Industrie 4.0 beschrijven de digitale (r)evoluties voor productiesystemen. Voorbeelden hiervan zijn een horizontale integratie van processen over toeleveranciers en klanten, een verticale informatie-integratie van de productievloer tot het hoogste beslissingsniveau, het simuleren van product en proces over de gehele levenscyclus,… Kortom, bedrijven moeten op een slimme manier op deze veranderingen reageren met geavanceerde netwerken.”

Is de huidige robotica- en automatiseringsrevolutie vergelijkbaar met eerdere ‘revoluties’ in uw sector?
“De omvang, uitdagingen en opportuniteiten van de digitale revolutie is nieuw voor onze sector en de verwachte disruptie is ongezien. Digitale technologieën zetten niet alleen de bestaande businessmodellen op zijn kop, maar snijden ook dwars door industrieën en sectoren heen. De impact van de vierde industriële revolutie laat zich voelen op het maatschappelijke, organisatie- en het individuele vlak.”

Wat doet uw sector vandaag al concreet en specifiek om zo goed mogelijk op deze omwenteling voorbereid te zijn – en eventueel een voorsprong te nemen?
“Wij werken aan een ambitieus groeiplan om bedrijven te begeleiden naar hun transformatie naar de fabriek van de toekomst. Momenteel begeleiden we al 211 bedrijven. Tegen 2018 willen we 500 bedrijven helpen om uit te groeien tot een fabriek van de toekomst. Het gaat om een sectoroverschrijdend meerjarenprogramma met hulp uit binnen- en buitenland. Tientallen specialisten helpen bedrijven via sensibilisering, scans, individuele begeleiding en collectieve ondersteuning. Doel is om via maximaal zeven transformaties uit te groeien tot de fabriek van de toekomst: zo een fabriek is groen en verbruikt zo weinig mogelijk energie en grondstoffen. De fabriek beschikt over een hoogtechnologisch productieapparaat en produceert producten met een hoge toegevoegde waarde en speelt zeer snel en flexibel in op de vragen van de klant. Dit is mogelijk door de genetwerkte en gedigitaliseerde opbouw. En, last but not least, de kennisinhoud en de betrokkenheid van de medewerkers zijn er erg hoog.”