Meer mensen, meer goederen, meer transport. Dat de files er niet korter op worden, is nu al elke dag pijnlijk duidelijk. We hebben er dus alle voordeel bij uit te zoeken welke mogelijkheden binnenvaart en spoort te bieden hebben. Overheden, bedrijven en universiteiten breken er alvast het hoofd over. Hoe kijken zij naar intermodaal transport?

Cathy Macharis, hoogleraar Logistiek en Mobiliteit aan de Vrije Universiteit Brussel

Welke invloed heeft intermodaal transport op de samenleving?
“Voor goederenvervoer blijven veel bedrijven spontaan aan de vrachtwagen denken, terwijl dat niet altijd de snelste of goedkoopste optie is. Wie zijn containers op binnenvaartschepen of treinen overlaadt, helpt mee het fileprobleem en de CO₂-uitstoot te verkleinen. Meer transportmogelijkheden geeft ook de economie een duwtje in de rug. Denk bijvoorbeeld aan de ontsluiting van de haven. Tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen zijn er nauwelijks prijsverschillen. Welke haven een rederij kiest, hangt af van de bereikbaarheid van het hinterland. Met andere woorden: als spoor en binnenvaart goed uitgebouwd zijn, dan speelt dat in je voordeel.”

Waar liggen de grootste uitdagingen?
“De Europese Commissie wil tegen 2030 minstens 30 procent van alle goederentransport boven de 300 kilometer via trein of schip laten verlopen. Europees zit binnenvaart momenteel op 4 procent, spoor op 11 procent. Er is groei, maar voorlopig te weinig om veel vrachtwagens van de weg te halen. Daarvoor moet de infrastructuur verder ontwikkelen. Er moet ook een mental shift komen. Bedrijven denken te weinig aan alternatieven. Investeren in transportconsulenten kan een oplossing zijn. En idealiter komt er een neutraal platform dat de logistieke keten coördineert en de capaciteit beter laat benutten. Klanten moeten vandaag met elke transporteur apart onderhandelen en er wordt heel wat leeg of halfvol rondgereden.”

Hoe kan de overheid bedrijven aanmoedigen om op spoor en water over te stappen?  
“Een multimodaal Vlaams vervoersbeleid ontwikkelen is een van de beleidspunten van minister van Mobiliteit Ben Weyts. Het bewustzijn is dus aanwezig. Positief is ook dat er enkele accenten verschoven zijn. Lange tijd gaf de overheid een subsidie per container die via trein of binnenvaart op zijn bestemming raakte. Dat zorgde voor meer concurrentie tussen spoor en binnenvaart, terwijl die juist complementair moeten werken. Binnenvaart voor korte afstanden, spoor voor langere. Dat er een kilometerheffing voor vrachtwagens komt, zal zeker ook een gunstig effect hebben. Voor de rest moeten er vooral op Europees niveau maatregelen komen. Ik denk bijvoorbeeld aan een webportaal dat over alle grenzen heen de vervoersmodi in kaart brengt.”

David Hofmans,hoofd internationaal transport Colruyt Group

Welke invloed heeft intermodaal transport op de samenleving?
“De voorbije jaren zijn we bij Colruyt Group voor bepaalde trajecten naar onze leveranciers in binnen- en buitenland overgestapt op binnenvaart, shortsea shipping en spoor. We zijn erin geslaagd om per jaar 3,2 miljoen kilometer vrachtvervoer van de Europese wegen te halen. Dat komt neer op 7.500 ton minder CO₂-uitstoot. Voor een distributiebedrijf als het onze is mobiliteit enorm belangrijk. Door in te zetten op intermodaal transport dragen we ons steentje bij in de strijd tegen de files. Ook naar gezondheid en veiligheid toe hebben we er alle baat bij met alternatieven te experimenteren. Door goederen- en personenvervoer te scheiden, beperk je het risico op dodelijke ongevallen.”

Waar liggen de grootste uitdagingen?
“Om meer bedrijven overstag te laten gaan, is er nood aan een neutrale speler die intermodale samenwerkingsverbanden tussen bedrijven helpt opzetten. Ook naar infrastructuur is er nog veel werk aan de winkel. Bepaalde regio’s zijn niet eenvoudig bereikbaar. Cruciaal hierin is de nabijheid van terminals. Nog een uitdaging: om schepen en treinen niet leeg te laten terugkeren, moet er voldoende volume zijn. Daarvoor moet je leveranciers en zelfs concullega’s aan tafel krijgen. Alleen zo kan je meer vrachten bundelen. Om de concurrentie met het wegtransport aan te gaan, zal ook de vloot van reders moeten vernieuwen én vergroenen.”

Hoe kan de overheid bedrijven aanmoedigen om op spoor en water over te stappen?
“Voor de verdere uitbouw van terminals kijk ik zeker in de richting van de overheid. Dat minister van Mobiliteit Ben Weyts recent één miljoen euro vrij maakte voor transport van palletten via binnenvaart, kan ik alleen toejuichen. Zo’n steunmaatregelen helpen om meer verladers te overtuigen hun infrastructuur aan te passen. Dat is nodig, want alleen zo kunnen binnenvaart en spoor duurzame alternatieven worden. Van de overheid verwachten we een faciliterende rol: potentiële verladers en logistieke dienstverleners met elkaar in contact brengen en studies naar nieuwe concepten voeren. Zelf hebben we veel positieve ervaringen met de transportconsulenten die de overheid ter beschikking stelt.”

Bart Vannieuwenhuyse, research director TRI-VIZOR, gespecialiseerd in het bundelen en orkestreren van logistieke stromen

Welke invloed heeft intermodaal transport op de samenleving?
“Vlaanderen scoort niet slecht op het vlak van logistiek en distributie. We hebben enkele sterke troeven, denk maar aan onze Vlaamse havens. Door in te zetten op intermodaal transport, kan je die positie versterken en creëer je extra tewerkstellingskansen. Om de modal shift te kunnen maken, is het eerst en vooral belangrijk om vrachten te bundelen. Als je daar al in slaagt, zal je minder (lege) vrachtwagens laten rondrijden, wat een positief effect heeft op het wegennet. Bovendien zal je als je voldoende volume hebt als vanzelf op andere vervoersmiddelen uitkomen. Binnenvaart en spoor zijn dan sowieso efficiënter en duurzamer, waardoor je nog meer kilometers van de weg haalt.”

Waar liggen de grootste uitdagingen?
“Om voldoende grote volumes bijeen te kunnen brengen, moet je met verschillende, soms zelfs concurrerende bedrijven aan tafel gaan. Dat ligt niet voor de hand, maar het is wel mogelijk. Met TRI-VIZOR zijn we er bijvoorbeeld in geslaagd om de vrachten van een Belgische en Amerikaanse farmaceutische multinational samen op het spoor naar Oost-Europa te zetten. Verder denk ik dat het belangrijk is werk te maken van een geïntegreerd transportsysteem. In het ideale scenario heb je voor iedere goederenstroom verschillende vervoersmogelijkheden. Al naargelang je behoefte kan je dan het meest geschikte middel kiezen. Dan spreken we niet meer van intermodaal, maar van co- of sychromodaal transport.”

Hoe kan de overheid bedrijven aanmoedigen om op spoor en water over te stappen?
“Van de overheid verwacht ik dat ze niet in hokjes denkt. Vooreerst zouden personenmobiliteit en goederenmobiliteit in een geïntegreerd beleid moeten samengaan. Misschien hebben we op Vlaams niveau zelfs een taskforce mobiliteit nodig. Logistieke investeerders beginnen immers het fileprobleem als een structurele bedreiging voor Vlaanderen te beschouwen. Verder zouden transportdeskundigen en logistieke consulenten bedrijven advies moeten geven over de verschillende modaliteiten heen. En het is ook hoog tijd dat Europa werk maakt van een co-modaal transportbeleid. Dat elke lidstaat zijn eigen kilometerheffing op vrachtwagens invoert, maakt het hele systeem onnodig complex en duur.”

Jan Goderis en Jan D’Haeyer, zaakvoerders van Shipit, specialist in multimodaal transport

Welke invloed heeft intermodaal transport op de samenleving
“Onderzoek leert dat de kosten voor de maatschappij veel hoger liggen bij wegtransport dan bij vervoer via binnenvaart en spoor. Die studies houden onder meer rekening met verkeerscongestie, luchtpollutie en ongevallen. Tegenover elke euro die een verlader aan de vrachtwagentransporteur betaalt, staat voor de samenleving een kostprijs van eveneens bijna een euro. Bij het spoor en zeker bij de binnenvaart is dat een fractie daarvan. Voor de samenleving loont het dus zeker om op alternatieve vervoersmodi in te zetten. Het is trouwens vanuit dat bewustzijn dat we ruim tien jaar geleden met Shipit zijn gestart.”

Waar liggen de grootste uitdagingen?
“Vandaag is het zeer moeilijk om personeel te vinden dat gecertifieerd is om met een binnenschip te varen. De opleidingen zijn lang en duur. Je wordt haast makkelijker lijnpiloot dan schipper voor de binnenvaart. Ook bij de afhandeling van schepen is er ruimte voor verbetering. In de haven van Antwerpen bijvoorbeeld kunnen de wachttijden sterk oplopen, waardoor de kost aanzienlijk stijgt. Hetzelfde op de kleinere kanalen, waar de sluizen, laad- en losinstallaties niet dag en nacht toegankelijk zijn. Bij het spoor is het vooral wachten op de verdere liberalisering. De regelgeving is zo complex dat het voor een privéonderneming haast onmogelijk is om er gebruik van te maken.”

Hoe kan de overheid bedrijven aanmoedigen om op spoor en water over te stappen?
“De overheid speelt uiteraard een cruciale rol inzake regelgeving. Beetje bij beetje zien we dat er op dat vlak inspanningen gebeuren, denk maar aan de invoering van het rekeningrijden voor vrachtwagens. Het zou een grote stap vooruit zijn als ze ook de opleidingen voor schippers onder handen nemen en versoepelen. Verder zijn we best tevreden over de steun die we vanuit de overheid krijgen. De waterwegbeheerders bijvoorbeeld promoten de binnenvaart zeer actief. En wie wil innoveren in de binnenvaart, kan rekenen op allerhande steunmaatregelen. Ook de transportdeskundigen, die ter beschikking staan van de bedrijven, leveren mooi werk.”