Energie is duur. Bedrijven hebben er dus alle belang bij om te besparen. Bovendien is er ruimte voor. De kosten bij heel wat kmo’s kunnen toch snel 10 tot 15 procent omlaag, leert de ervaring.

De energiefacturen zijn niet alleen voor gezinnen een zware budgettaire last, ook bedrijven kijken tegen torenhoge rekeningen aan. Verwarming, verlichting, bedrijfsactiviteiten… Het kunnen allemaal energievreters zijn die doorwegen op het budget. Maar er is hoop, want ondernemers kunnen zeker nog besparen op hun energiefactuur. Bijvoorbeeld door hun bedrijfsgebouwen te isoleren, net zoals dat met een privéwoning gebeurt.

Plaats investeringen in context
Toch doen bedrijven dat in de praktijk niet zo snel. “De terugverdientijd van die investering loopt al snel op tot 8 à 10 jaar, wat veel is in een industriële context, waar gewoonlijk al rendement te zien is na twee, drie of maximum vier jaar”, zegt energieconsulent Dirk Van den Broecke van Voka. De investering in isolatie wordt dan ook vlug tegenover de andere investeringen gezet. Al moet je dit in de juiste context bekijken. Een investering in een productieproces gaat doorgaans maar een paar jaar mee, terwijl die voor een gebouw een veel langere looptijd kent.

 

De terugverdientijd voor het isoleren van bedrijfsgebouwen loopt al snel op tot 8 à 10 jaar, wat veel is in een industriële context – Dirk Van den Broecke

 

Laaghangend fruit
Gelukkig zijn er ook zaken die snel geld kunnen opbrengen. Dat is onder meer het geval met het isoleren van leidingen in bedrijven. Van den Broecke: “Je moet maar eens door fabriekshallen wandelen om te voelen hoe warm of hoe koud het er is. Die hallen isoleren, vergt een relatief kleine investering, die al na zowat een jaar kan terugverdiend zijn.”

Ga bewust om met perslucht
Een andere investering, die bij het laaghangend fruit kan gecatalogeerd worden, is het bewuster omgaan met perslucht. “Dit verbruikt veel energie”, aldus nog Van den Broecke. “Zeker als er dan nog lekken in de leiding zitten. Bovendien wordt er vaak een druk gebruikt die hoger is dan nodig. Als je dan weet dat 10 procent van de energie in de industrie naar perslucht gaat, betekent dit dat er makkelijk 2 à 3 procent van het totale verbruik zou kunnen worden bespaard.”

 

Ik heb een sterk vermoeden dat we gemiddeld 10 procent kunnen besparen op elektriciteit en 15 procent op brandstoffen – Joachim Castelain

 

Verplicht investeren in energiebesparing
Grootverbruikers (meer dan 0,5 PJ) zijn verplicht om een vierjaarlijks energieplan op te stellen. Zo’n plan omvat een audit van het energieverbruik en een opsomming van rendabele maatregelen. Dit zijn maatregelen die een bepaald rendement halen en door het bedrijf binnen een termijn van drie jaar verplicht geïmplementeerd worden. Tot slot zijn vanaf najaar 2014 niet-kmo’s verplicht om elke vier jaar een energieaudit te laten uitvoeren, evenwel zonder een investeringsverplichting.

Vrijwillige audit
Voor kleine bedrijven is een energieaudit niet verplicht, maar zij kunnen die wel op vrijwillige basis en gratis aanvragen bij het Agentschap Ondernemen. Sinds september 2013 werden daar al 112 energiescans goedgekeurd. “De resultaten ervan zijn nog niet verwerkt. Dit zal pas na de zomer gebeuren”, zegt account manager Energie Joachim Castelain van het agentschap. “Wel heb ik een sterk vermoeden dat de gedetecteerde besparingsmogelijkheden zeker opnieuw gemiddeld 10 procent zullen bedragen op het totaal elektriciteitsverbruik en 15 procent op het brandstofverbruik.” (Uit het eindrapport van de energieadviezen in 2013, bedroeg de gemiddelde besparing 24%, energie en brandstof samen, red.) De aandacht voor energiebesparingen zal de komende jaren trouwens alleen maar groeien. De overheden staan onder druk om maatregelen te treffen tegen de klimaatverandering, wat zich vertaalt in scherpere normen voor de energieverbruikers. Per slot van rekening zal ook de bankrekening van de bedrijven zal er wel bij varen.